Een computer bestaat uit drie basisonderdelen:
Verder is er allerlei randapparatuur zoals de:
Op de tekening zie je een schematische weergave van de verschillende functies
in het apparaat:
Voor meer uitleg klik je hier 
Naast de spullen (hardware) zijn er programma's, de software:
Aangezien een computer alleen heel snel "aan of uit" begrijpt, is zelfs voor het
herkennen van een toetsindruk een programma nodig, machinetaal. Om daarna met opdrachten
van de gebruiker om te kunnen gaan, zijn er commandotalen als MS-DOS.
De grafische programma's die we tegenwoordig gebruiken (zoals Windows) zijn veel overzichtelijker
en dus gebruiksvriendelijker dan de tekstgeoriënteerde programma's. De communicatie verloopt
dus in drie stappen: gebruikerstaal - commandotaal - machinetaal.
Dan is er een enorme berg met allerlei toepassingen, alhoewel het grootste gedeelte op te
delen is in:
|